logo backgrond svg backgrond mobile svg
dots background svg
De val van het Westen: over de beschavingscyclus en culturele fragmentatie
  • Achtergronden & opinie

De val van het Westen: over de beschavingscyclus en culturele fragmentatie

  • Achtergronden & opinie
  • 07 oktober 2026

Het verval van beschavingen begint wanneer culturele samenhang, samenbindende identiteit en een overkoepelend gevoel van een gedeelde doelstelling verdwijnen.

De essentie van een beschaving is te vinden in de antwoorden op vier vragen: hoe te leven en waarvoor te leven, en hoe te sterven en waarvoor te sterven. De fundamentele kwetsbaarheid van het Westen ligt in de leegte in de antwoorden op deze vragen. Dit blijkt al decennialang uit het integratievraagstuk.

Eind jaren negentig werd er in Europa nog verwacht dat immigranten zouden integreren. Dat ze de leidende cultuur zouden overnemen en de waarden ervan zouden verinnerlijken. Men nam aan dat integratie betekende: toetreden tot een bestaand cultureel netwerk – een reeks principes en gedragingen die nieuwkomers geacht werden te respecteren, zelfs als ze het niet met elk aspect eens waren.

Vandaag de dag is zelfs die achtergrondveronderstelling losgelaten, aangezien grote delen van steden als Parijs en Brussel niet eens meer Europees overkomen. Wanneer Paraguayanen, Russen of Indiërs naar Europese steden kijken en zien wat ervan geworden is, zullen ze een duidelijk oordeel vellen. Hierom schreef ik een boek met de titel What the World Can Learn from the Fall of the West (2026). Westerse elites zijn zó diep ingegraven en geïsoleerd van hun bevolking dat niets hen het licht kan doen zien. Maar wanneer de rest van de wereld openlijk uitspreekt dat de keizer geen kleren draagt, zullen ze op een zeker moment worden gedwongen te luisteren.

De moslims hebben hun umma, hun Allah, hun religie, hun gemeenschap en een gevoel van solidariteit. Wanneer het Westen hen vraagt te ‘integreren’, is het onduidelijk wat het Westen van hen verwacht.

We zien dit bij voetbalteams: spelers met een moslimachtergrond zouden een serieuze kans maken op een wereldtitel als ze voor een westers team spelen, maar die teams bieden simpelweg niet dezelfde identitaire binding qua gedeelde etniciteit en culturele trots. Schuldgevoel, schaamte, zelfkritiek en nederigheid zijn de laatste overgebleven deugden van het christelijke Westen, die eigenlijk geen deugden zijn. De westerse cultuur is zo ongeveer de enige cultuur die zich openstelt voor kritiek, zelfreflectie en het erkennen van fouten. Als ‘beloning’ wordt ze door het slijk gehaald door sentimentele activisten en mensen zonder culturele banden die hier vooral zijn voor makkelijk geld.

Integreren? Waarin? Je kunt je moeilijk willen integreren in een samenleving die zichzelf bespot, haar geschiedenis heeft gedeconstrueerd, haar helden zwartmaakt en haar monumenten ontheiligt. Postmodern nihilisme, relativisme en ironie lijken alles te zijn wat er nog over is van het Westen. Dan is er nog de ‘zuiverheidsspiraal’ en het deugpronken rond de heilige thema's van ‘woke’: LGBTQ+, de geschiedenis van de slavenhandel, het klimaat – en aanverwante seculiere dogma’s. 

De stammen die uit Afrika komen, zijn daar niet bepaald van onder de indruk. En er komen er alleen maar meer aan, nu Afrika een bevolkingsexplosie doormaakt. Van deze immigranten wordt verwacht dat ze met hun arbeid de schulden van de blanke babyboomers aflossen, terwijl hun tegelijkertijd wordt verteld dat die blanke babyboomers kwaadaardige racisten en kolonisatoren zijn die hen (en hun voorouders) hebben beroofd.

Kijk naar de grote zegeningen die de westerse beschaving de nieuwkomers aanreikt: sportschoenen en mobiele telefoons. Een leven van consumentisme en gemak. Leuk en vermakelijk – maar niemand gaat hiervoor zijn leven riskeren. Het hedonisme van het hedendaagse Westen heeft een eindpunt: geen enkele hedonist is bereid te sterven voor zijn eigen hedonisme.

Hier stuiten we op de beschavingscyclus. Het is een proces dat de middeleeuwse geleerde Ibn Khaldûn beschreef in zijn introductie (Muqaddima) tot zijn meesterwerk Het boek der lessen (1377). Zodra sultans en viziers rijke steden veroveren, komen de inspanningen die hen daartoe in staat stelden tot stilstand. Het tijdperk van het zwaard gaat over in het tijdperk van de pen. De bureaucraat vervangt de stamgenoot. En de sterke groepssolidariteit - de broederbanden die die geharde krijgers in staat stelden te domineren - verdwijnt, naarmate de krijgersgeest plaatsmaakt voor plezier, esthetiek en verfijning.

Als de term ‘beschavingscyclus’ wat abstract klinkt, zal een analogie met het leven van wedstrijdvechters, de ‘carrièrecyclus’, hopelijk meer duidelijkheid scheppen:

De geschiedenis kent vele voorbeelden van wegen naar succes, die doorgaans beginnen met een moeilijke jeugd en een zwaar leven in een achterbuurt. Dan volgen succes en roem, waarna het geheel eindigt in seksuele escapades en financiële schulden. Diehard boksers, zoals Mike Tyson of Badr Hari, zoeken een trainer die hen onderdak biedt, hen op het rechte pad brengt en hen opbouwt met een regime van meedogenloze discipline. Vanaf dat moment is hun leven monomaan gericht op één doel: het winnen van titels. Voortdurend scherpen ze hun techniek aan en perfectioneren ze hun conditie om de boksring totaal te domineren – niets anders doet ertoe.

Maar zodra het succes aanbreekt, verdwijnt die monnikachtige fixatie op uithoudingsvermogen en techniek. Vanuit de armoedige omgeving van een sportschool, met verfrommelde posters en zweetlucht, worden deze vechters plots geworpen in een wereld van VIP's, een luxueuze levensstijl en flitsende camera's. Dan komen geldwolven en pr-managers tevoorschijn, met als gevolg gokschulden, seksuele uitspattingen, kleinzerige vetes en rivaliteiten met andere beroemdheden. Een carrièrepad dat voorheen gebaseerd was op orde, regelmaat en discipline, eindigt zo in narcisme, hedonisme en divagedrag. Jongere en ambitieuzere vechters verslaan hen en nemen hun troon over, waarmee de cyclus opnieuw begint. 

Met beschavingen gebeurt precies hetzelfde, zoals Lord Byron schreef in Childe Harold's Pilgrimage (1812):

“There is the moral of all human tales; ‘Tis but the same rehearsal of the past, First Freedom, and then Glory –– when that fails, Wealth, vice, corruption, –– barbarism at last.” 

In dezelfde geest merkt de hellenistische geschiedschrijver Polybius (200–118 v.Chr.) op dat het Perzische Rijk zo uitgestrekt en machtig was dat de ondergang ervan volstrekt ondenkbaar was, onvoorstelbaar voor de mensen die destijds leefden. En toch was binnen vijftig jaar ‘zelfs de naam van de Perzen geheel verdwenen’ en waren de Macedoniërs – enkele decennia eerder nog zo onbeduidend – heer en meester geworden over dat alles.

De Romeinse generaal Scipio had hiervan notities gemaakt. Op het hoogtepunt van zijn militaire campagne – toen hij Carthago in vlammen zag opgaan – barstte hij in tranen uit en stond lang te mijmeren over de onvermijdelijke verandering die steden, naties en dynastieën te wachten staat, allemaal, zoals dat ook voor ieder mens geldt. Het was een glorieus moment, maar hij werd toch gegrepen door een duister voorgevoel dat ditzelfde lot de Romeinen ooit zou treffen. Het laat zien hoe het hedendaagse Westen vergeten is dat men, juist wanneer de overwinning perfect en compleet lijkt, moet nadenken over een mogelijke ommekeer van de fortuin.

Daarom moet men, op het hoogtepunt van zijn macht, zich voorstellen wat de zaken plotseling radicaal zou kunnen doen omslaan. West-Europa, en Nederland in het bijzonder, staan al op dat punt. Naast de massale import van onverenigbare culturen, die we al noemden, is er ook het gebrek aan betaalbare energie, veroorzaakt door een obsessie met het klimaat en een irrationele haat tegen kernenergie.

Zelfs de voedselvoorziening is niet gegarandeerd, omdat de eigen boeren gedemoraliseerd worden. Geslachtsveranderingen bij kinderen worden op industriële schaal mogelijk gemaakt. Om de boel in de kiem te smoren, de discussie te beteugelen en afwijkende meningen te onderdrukken, worden degenen die hun zorgen uiten geïntimideerd of gevangengezet. Joe Rogan en Elon Musk vertelden in een podcast dat alleen al in Engeland dit jaar 12.000 mensen zijn opgesloten vanwege berichten op sociale media.

En als je denkt dat wat ik net zei over een “omkering van het lot” en de ondergang van beschavingen vergezocht klinkt, denk dan hier eens over na: de westerse beschaving wordt overeind gehouden door een vijfenvijftigjarige blanke man die aan het einde van zijn latijn is. En als hij er niet meer is, wens ik de samenleving veel succes met het onderhouden van kernonderzeeërs, hoogwaardige filtersystemen, kleine modulaire reactoren en vliegtuigmotoren, want een TikTokker die je laat zien hoe je make-up opdoet, gaat je dat niet leren. Mocht u dit nog steeds vergezocht vinden, bedenk dan dat wij versteld staan ​​van de geavanceerde technologieën die de Maya's en Romeinen gebruikten, en die van de ene op de andere generatie in onbruik raakten.

De postmoderne hedonist zal deze onheilspellende ontwikkelingen bagatelliseren en ridiculiseren, omdat hij de wereld alleen door een ironische lens kan zien. Dit betekent dat alles in het Westen dat zich nog niet in een clowneske vorm uitdrukt, tóch als clownesk zal worden gepresenteerd, en dat alles wat weigert zich als clownesk te laten neerzetten, zal worden bestempeld als ‘fascistisch’. Desalniettemin zal deze ironische cultuur uiteindelijk ten gronde gaan, aangezien geen enkele hedonist bereid is zijn leven op te offeren voor de vlag van zijn eigen hedonisme.

Met dit in gedachten is de bestorming van een bemande bunker door een strijder eigenlijk minder heroïsch dan de strijd om het Westen te redden. De maatschappelijke structuur moedigt de strijder immers aan om die bunker te bestormen en wanneer hij sterft, wordt hij herinnerd als een held. Bijvoorbeeld: een Koerdische strijder die besloot de strijd aan te gaan met Islamitische Staat, werd gesteund en beloond door zijn gemeenschap. Als je in West-Europa daarentegen probeert te vechten voor het Westen, heb je de volle macht van de overheid tegen je. En als je ten val komt, word je bestempeld als ‘terrorist’.

Daarom maakt het ontkrachten van heersende opvattingen met feiten weinig verschil: wanneer je zulke feiten opsomt, debatteer je namelijk niet met een individu. Je bestrijdt in feite het hele sociaaleconomische netwerk waarin dit individu is ingebed. En zijn of haar identiteit en levensonderhoud zijn afhankelijk van dat netwerk – hierom zullen jouw ‘feiten’ die strijd nooit kunnen winnen. 

Feiten alléén zullen die beheksing dus niet verbreken: je neemt het immers op tegen de hele sociale structuur die dat individu identiteit, comfort en status verleent. Alleen een grote verstoring van de dominante structuren, gevolgd door de vorming van levensvatbare alternatieve sociaaleconomische netwerken, kan succesvolle ‘bekeringen’ mogelijk maken.

Het bestaande systeem vleit middelmatigheid en beloont gehoorzaamheid met een gevoel van morele superioriteit. Zelfs wanneer mensen aanvoelen dat er iets niet klopt, gaan ze toch mee – omdat dat makkelijker is en omdat verzet geen levensvatbaar alternatief biedt. Dit brengt ons bij tegenbewegingen – bewegingen die zich verzetten tegen massa-immigratie, klimaatalarmisme, progressieve ideologie of pandemisch autoritarisme.

Op het eerste gezicht lijken ze misschien moedig of relevant. Maar we moeten eerlijk zijn over hun beperkingen. Het probleem met het verzet tegen massale immigratie – althans in West-Europa – is dat het banksysteem diep verweven is met het hypotheeksysteem: dit vereist dat de huizenprijzen voortdurend stijgen, anders dreigt een systeemcrisis. Om een ​​crisis te voorkomen, moet de vraag naar woningen beduidend groter zijn dan het aanbod, wat in een vergrijzende samenleving massale immigratie noodzakelijk maakt. Hierom is protesteren tegen massa-immigratie vergelijkbaar met protesteren tegen de zwaartekracht in een instortend gebouw.

Vervolgens is er het probleem van elite-overproductie: er zijn veel ambitieuze mensen en slechts weinig plaatsen aan de top. Door de stevige vergrijzing zijn er nog minder plaatsen beschikbaar. Om hogerop te komen, moet men het links-liberale narratief omarmen. Antiglobalistische en antiprogressieve bewegingen rekruteren uit een sociaal neerwaarts mobiele middenklasse, die zichzelf versterkt in haar sociaal neerwaartse momentum. Ze missen de institutionele macht, het mediabereik en het financiële kapitaal om een ​​parallel ecosysteem op te bouwen dat in staat is om het mainstream narratief te overstemmen.

Een ander probleem – gebaseerd op Plato's allegorie van de grot – is dat mensen slechts verder en dieper de grot in vluchten. De these – de draconische maatregelen die regeringen troffen tijdens de pandemie – vergrootte het wantrouwen jegens de autoriteiten. Maar wat was de antithese? De popularisering van theorieën zoals ‘platte aarde’, ‘holle aarde’, ‘reptilians’ en ‘satanische bloedlijnen’. Bekeken vanuit het rechtse tegenmythos dat zorgvuldig werd opgebouwd rond thema’s als nationale soevereiniteit vóór het begin van de pandemie, was COVID-19 een wonder. Maar niet een wonder dat verlossing of redding bracht. Het was een wonder dat de volstrekt absurde aard van de werkelijkheid aan het licht bracht.

De hypocrisie is overweldigend. Premoderne culturen importeren en tegelijk met regenboogvlaggen zwaaien; oorlogswapens bouwen en tegelijkertijd mensen pesten die hun barbecue willen aansteken of hun terras willen verwarmen; de samenleving feminiseren en vleesconsumptie problematiseren, terwijl van mannen wordt verwacht dat ze een hoog testosterongehalte hebben en zich bij het leger aansluiten om ‘patriottisch’ te dienen voor Oekraïne. 

Iemand die de Dam bekladde met antisemitische leuzen kwam er met een vingerwijzing van af, maar wie “White Lives Matter” projecteerde op de Erasmusbrug, werd opgesloten. Islamitische haatpredikers konden niet worden geweerd; zelfs bij de pedoboekjes van Pim Lammers zei Rutte dat we “ook meningen moeten toestaan waarmee we het niet eens zijn”. Tóch werd alles op alles gesteld om David Icke buiten Nederland te houden. 

In coronatijd deden de inlichtingendiensten op eigen gezag onderzoek naar leden van de oppositie – dit werd buiten alle boeken gehouden. Fleur Agema eiste als PVV-Kamerlid inzage in die documenten: ze liet zien hoe alle stukken waren dichtgelakt en sprak haar verontwaardiging uit. Even later kwam ze in de regering, en moest ze min of meer toegeven voortaan haar instructies te ontvangen van de NAVO en de NCTV.

Ziekenhuizen heropenen die kort voor de pandemie waren gesloten, dat kon écht niet – wie dat suggereerde, plaatste zichzelf buiten de discussie. Maar wel kon de minister miljarden laten verdampen bij het ontwikkelen van zinloze trackingapps die nooit uit de startblokken kwamen. En een paar miljoen naar Sywert van Lienden was natuurlijk ook een effectievere investering dan het heropenen van een ziekenhuis.

In diezelfde periode werden mensen gedwongen om zich op te sluiten in hun huizen en ouderen stierven in een isolement, terwijl er massale bijeenkomsten werden georganiseerd voor Black Lives Matter en Formule 1. We moesten klappen voor de zorg, maar toen er daadwerkelijk over het verhogen van zorgsalarissen moest worden gestemd, verlieten politici het parlement zodat de motie niet in stemming kon worden gebracht. Mark Rutte sprak de natie toe over “gecontroleerd groeiende groepsimmuniteit”, en ontkende even later die woorden ooit in de mond te hebben genomen. We mochten maximaal twee of drie gasten ontvangen met kerst, maar Oekraïners werden massaal verwelkomd en toen vroeg niemand om een vaccinatiestatus.

Corona bestond niet meer – het was nu oorlog met Rusland. Walmende tanks rolden plots uit de fabrieken, nadat soldaten jarenlang “pang pang” moesten roepen omdat er zelfs geen geld voor oefenmunitie was. Nu ineens worden de raketten en mortieren verheerlijkt: het klimaat lijkt er niet meer toe te doen. Totdat de burger een vuurpijl wil afschieten, de barbecue wil aansteken, laat staan de houtkachel of zelfs maar de airco wil aanzetten – het kan niet meer zonder dwingende maatschappelijke surveillance en morele vermaningen. Koeien moeten worden weggewerkt, maar datacenters zijn kennelijk onontkoombaar. 

Wie kan met zichzelf leven onder de diabolische hypocrisie van deze feiten? De enige logische conclusie is dat de hypocrisie opzettelijk steeds bruter en openlijker wordt gemanifesteerd, zodat de mensen die dit ondergaan zonder zich te verzetten, wéten dat ze laf zijn. En als ze hun eigen lafheid eenmaal doorleven, dan zijn ze totaal kneedbaar in handen van de macht. Hoe dan ook kan niemand zeggen: “Ik ken de feiten niet” of “Ik zie de weeffouten in het systeem niet”. Kennelijk hebben mensen andere redenen om mee te buigen met de macht, en opportunistisch de allesdoordringende hypocrisie van de macht te billijken.

Soms krijg ik nog berichten van oude jeugdvrienden of kennissen uit mijn studietijd. Vaak zit daar een slinks belerend toontje achter, typisch voor figuren die het doen en denken van de systeembureaucratie totaal hebben verinnerlijkt. Dat soort types verdienen slechts minachting – alles wat ik zojuist opnoemde zijn immers feiten, en dan nog slechts een hele kleine uitsnede. We kunnen immers ook nog ingaan op Ruttes Nokia, het wegpromoveren van Omtzigt, de bruiloft van Grapperhaus en het ‘nieuwe leiderschap’ van Kaag – stuk voor stuk casussen die de fragiliteit van onze ‘rechtsstaat’ blootleggen, zonder daarvoor naar PVV of FvD te hoeven wijzen, zoals de media van extreemlinks, of de mainstream media, excuses voor de tautologie, zo graag doen. 

Ik sta dus meer met de waarheid in contact dan de lemmingen van het systeem, die slechts in een bubbel leven. Zij gaan letterlijk met een zinkende Titanic ten onder, en maken zichzelf wijs dat er niks aan de hand is en dat het orkest zo fantastisch speelt. Zij die nu met een zelfingenomen moreel toontje spreken en ons wegzetten als ‘wappies’, ‘fascisten’ en ‘extremisten’ – hun zal het lachen nog vergaan als ze eenmaal bedolven raken onder de ijsschotsen en de stalen platen van het uiteenbrekende schip. Het koude water zal fors wennen zijn voor hen die slechts het prestige van overheidsfuncties en het comfort van stevige subsidies zijn gewend. 

Elon Musk werd onlangs geïnterviewd door The Economist, en hier zette hij het vooruitzicht van burgeroorlog op de agenda. Die zou volgens hem in Europa kunnen beginnen in het Verenigd Koninkrijk. Een grote groep die hier verkeert, wijst de waarden af die ten grondslag liggen aan een seculier rechtssysteem: liever willen zij hun eigen waarden opleggen. Als de bestaande bevolking zich hiertegen verzet, is burgeroorlog een feit. 

Deze onheilspellende dynamiek zal worden versterkt door een veelvoud aan economische problemen. Zoals het uitvagen van de middenklasse, de vergrijzing, de explosieve energieprijzen, het verdwijnen van de maakindustrie, de institutionele strijd tegen de landbouwsector, en wie de actualiteit een beetje volgt, kan deze lijst nog oneindig langer maken. 

Dit alles overziend, zal het systeem dat de elites nu aanleggen om al deze problemen te depolitiseren, onbespreekbaar te maken en de onvrede erover weg te kanaliseren naar andere oorzaken – dit systeem zal steeds meer gaan lijken op een Chinees sociaal kredietsysteem. Het zal bovendien knarsen en piepen. De druk erop zal immers gigantisch zijn naarmate de misère voelbaar wordt voor steeds grotere delen van de bevolking. Eerlijkheidshalve is onduidelijk hoe een humane oplossing nog mogelijk is: dat station ligt reeds achter ons. 

Conclusie

Men zou kunnen tegenwerpen dat deze analyse, zoals ik die hier voorleg, vooral kritiek uit op consumentisme, hedonisme, financiële elites en elitevorming, en daarbij de nadruk legt op decadentie, massa-immigratie en progressieve ideologie. Dit zou (onterecht) de indruk van eenzijdigheid kunnen wekken. Hier staat immers tegenover dat een samenleving met een sterkere culturele binding en een duidelijker gevoel van gemeenschappelijke identiteit waarschijnlijk beter in staat zou zijn om nieuwkomers te integreren. Juist een hechtere gemeenschappelijke identiteit kan immers bijdragen aan een inclusievere natie waarin nieuwkomers hun plaats kunnen vinden, in plaats van dat zij belanden in een steeds verder tribaal gefragmenteerde samenleving. 

Die versnippering zal op haar beurt de behoefte aan steeds meer toezicht, bureaucratische controle en surveillance versterken, wat de macht van transnationale economische en bestuurlijke elites eerder vergroot dan verkleint. In een cultureel meer samenhangende samenleving zouden elites daarentegen juist sterker worden herinnerd aan hun verantwoordelijkheid voor het land en de gemeenschap waarvan zij deel uitmaken. Door zulk “cultureel rentmeesterschap” zou ook de kloof tussen elite en bevolking minder scherp kunnen worden ervaren. Daardoor zou ongelijkheid minder pijnlijk zijn en minder maatschappelijke frustratie oproepen.

Hierom is de conclusie dat een sterkere gemeenschappelijke identiteit niet noodzakelijk tot minder gastvrijheid leidt: ze kan juist de voorwaarde zijn voor meer gastvrijheid. Als mensen het gevoel hebben dat er een wij bestaat, kunnen ze gemakkelijker anderen opnemen in dat wij. Zonder zo’n gedeelde identiteit zal immigratie – precies zoals we de afgelopen decennia hebben gezien – juist leiden tot verdere fragmentatie en wederzijds wantrouwen.

Mijn analyse reikt kortom verder dan: “immigratie is hét probleem”. Ik heb aangetoond, zowel in deze tekst als in mijn boek What the World Can Learn from the Fall of the West, dat het ontbreken van culturele cohesie zowel integratie als maatschappelijke solidariteit bemoeilijkt.

 

Column Sid Lukkassen

Filter