De verhouding tussen macht, reputatie en maatschappelijke gevolgen is een onderwerp van blijvende relevantie dat altijd terugkeert. Kun je maling hebben aan wat anderen vinden als je zelf de waarheid kent? Om deze prangende vraag aan te snijden, gaan we in op een illustratief subplot in de wereldberoemde maffiaserie The Sopranos.
Via die ingang behandelen we de zojuist genoemde klassieke filosofische thema’s: reputatie versus waarheid, de sociale werkelijkheid van roddels, en de vraag of het moreel relevant is wat je werkelijk hebt gedaan wanneer de wereld ervan overtuigd is dat je anders hebt gehandeld. Wat heb je aan de waarheid, wanneer de sociale werkelijkheid een andere waarheid heeft aangenomen?
In het Sopranos-universum is Adriana la Cerva een bijzonder knappe, slanke vrouw, eigenaresse van een uitgaansclub en verloofd met Christopher Moltisanti. Chris werkt voor Tony Soprano, een ‘alfaman’ en hoofd van de familie, kortom: de maffiabaas. Chris kickt afvan zijn verslaving en is een paar dagen de staat uit.
Dan is er een beladen situatie tussen Tony en Adriana in haar kantoor. Een moment lang hangt er een erotische spanning, maar Tony brengt de situatie snel en rustig naar een andere afloop. Hij geeft haar een vaderlijke knuffel en laat het daarbij.
De volgende dag vertelt hij vol trots aan zijn psychiater dat hij zich heeft ingehouden. Ze complimenteert hem ermee dat hij een goede daad heeft gedaan en een ramp heeft voorkomen, de overwinning op zichzelf heeft behaald.
De dag daarop komen Adriana en Tony elkaar weer tegen. Het is midden in de nacht
en ze besluiten een stukje te gaan rijden. Er zit verder geen romantische intentie
achter.
Onverwacht steekt een wasbeer de weg over. Tony zwenkt uit en de auto slaat om:
beiden belanden in het ziekenhuis. Het ongeluk wordt een verhaal dat rondgaat. Adriana zou Tony oraal hebben bediend in de auto en dat was de oorzaak van het ongeluk.
Chris hoort deze verhalen en wordt helemaal wild. Hij slaat Adriana en noemt haar eenleugenaar, zet haar het huis uit. Ook bedreigt hij Tony met een ongeladen pistool.
Hier is de ironie dat hoewel Adriana veel liegt – zo speelt ze voortdurend informatie door aan de FBI – ze juist hier de waarheid spreekt, maar alsnog wordt verketterd.
Voor Tony geldt min of meer hetzelfde – iedereen denkt dat hij de koffer is ingedoken met deverloofde van zijn neef, zelfs al is het niet zo. Tony zegt in een vervolggesprek zelfs tegen zijn psychiater: “Ik had het net zo goed wél met haar kunnen doen – het gevolg zou hetzelfdezijn geweest.”
De les is: no good deed goes unpunished.
Om Chris tot rede te brengen neemt Tony hem mee naar het ziekenhuis. De arts zegt dat Adriana rechtop zat tijdens het ongeluk – het verhaal van Tony en Adriana wordt bevestigd.
Nu zegt Chris: “Oké – stel ik geloof je; ík moet in deze wereld verder leven. En nu
denkt iedereen dat dit is gebeurd en dat ik een doetje ben.”
Tony zegt: “Fuck what people think – you know the truth.”
Hier wordt iets gezegd waar we een diepere ethische les uit kunnen trekken. Mensen zullen over je roddelen maar morgen roddelen ze weer over iets anders. Zolang je macht houdt, zolang je jouw daden in de realiteit blijft bewerkstelligen, schep je iets waar ze niet omheenkunnen en moeten ze min of meer met je meebewegen. Wat ze denken wordt vanzelf minder relevant, want ze moeten zich vroeg of laat toch weer tot jou verhouden binnen een omstandigheid waar je jouw stempel op drukt. Allianties verschuiven voortdurend.
Op het laatst gaan Tony, diens vrouw, Chris en Adriana met zijn vieren opzichtig dineren in een restaurant. Dit statement van verbinding geeft een krachtig signaal af. Al het geklets en geroddel verstomt en mensen komen hun een voorspoedig herstel wensen van het ongeluk.
Tony’s nonchalante opmerking “fuck what people think” op het eerste gezicht denken aan een stoïcijnse levenshouding. Alsof reputatie slechts ruis is en de enige werkelijkheid die ertoe doet, de werkelijkheid van je eigen geweten is. Nu maakt het voor Tony misschien weinig uit dat mensen denken dat hij een affaire met Adriana heeft gehad – voor Christopher, echter, maakt het enorm veel uit. Zijn positie binnen de groep, zijn mannelijkheid, zijn relatie met Adriana en zijn verhouding tot Tony worden allemaal mede bepaald door wat anderen denken dat er gebeurd is.
Hier stuiten we op het inzicht dat de waarheid epistemisch is, maar reputatie sociaal. Het woord ‘epistemisch’ verwijst naar wat betrekking heeft op de zekerheid van kennis én de weg waarop we die zekerheid verantwoord kunnen vaststellen. De sociale aard van reputatie staat hier tegenover, wat betekent dat een gerucht niet waar hoeft te zijn om werkelijkheidskracht te krijgen. De leugen heeft geen feitelijke waarheid nodig om sociale consequenties voort te brengen.
Zoals Chris merkte kun je gelijk hebben en toch sociaal gezien verliezen. Dat strekt verder dan een stoïcijnse interpretatie van Tony’s nonchalante opmerking, simpelweg “trek je niets aan van wat anderen denken”.
We leren hieruit dat een samenleving niet alleen bestaat uit wat individuen weten, maar ook uit wat mensen gezamenlijk voor waar aannemen.
Niemand heeft gezien wat er in die auto gebeurde. Toch ontstaat er een verhaal:
Tony + Adriana + nachtelijke autorit + ongeluk = er zal wel iets seksueels gebeurd zijn.
Dit verhaal gaat vervolgens de ronde. En zodra genoeg mensen dit geloven, verkrijgt hetgevolgen alsof het waar is.
Er is een beroemde sociologische formulering van de Amerikaanse socioloog W.I. Thomas:
“If men define situations as real, they are real in their consequences.”
Christopher reageert op het roddelverhaal – Adriana wordt geslagen en uit huis gezet. Tony wordt bekeken als iemand die met de verloofde van zijn neef zou hebben geslapen. De sociale verhoudingen veranderen. Een fictie kan tastbare gevolgen hebben en dat strekt evident veel verder dan ‘wie spreekt de waarheid?’
Kern is nu wat Chris constateert: “Het maakt niet uit dat ík weet dat het niet gebeurd is. Iedereen denkt dat het gebeurd is. Wat betekent dat voor míj?” Tony heeft het antwoord, want hij leeft in een wereld waarin hij voortdurend nieuwe feiten kan creëren. Als maffiabaas hoeftTony niet iedereen te overtuigen dat het gerucht onwaar is. Hij hoeft enkel zijn positie te behouden. Dit zien we zowel in de serie – waarin Tony met het groepje naar het restaurant gaat, en daarmee niet discursief, maar performatief zegt: “Kijk naar ons. Wij zitten hier samen. Er is niets aan de hand. Dit is de werkelijkheid waarin jullie vanaf nu moeten functioneren.” – als in de werkelijke politiek.
Zo heeft Mark Rutte, voormalig premier, meerdere opmerkelijke zaken doorstaan. Zo betoogde hij ooit dat het ontkennen van de Holocaust niet meer juridisch strafbaar zou moeten zijn, wat op maatschappelijke verontwaardiging stuitte. Hij ontkende dat er notulen zouden bestaan van een gesprek over het afschaffen van de dividendbelasting; een document dat al snel tóch bleek te bestaan. Idem met notulen van een gesprek over het wegpromoveren van CDA-Kamerlid Pieter Omtzigt. Ook was er de beruchte nationale tv-uitzending over “gecontroleerd groeiende groepssolidariteit”, waarvan hij even later beweerde deze woorden “nooit in de mond te hebben genomen”.
In al deze situaties (en meer) behield Rutte uiteindelijk zijn positie, omdat hij vanuit de macht die hij had, steeds in nieuwe situaties verzeild raakte waarin hij een spilfactor was. Mensen moesten zich steeds tot hem verhouden vanuit nieuwe contexten. Zo bleef hij situaties scheppen waarin nieuwe duidingen de oude overvleugelden, omdat de sociale context en dievan de macht intussen waren veranderd.
We leren hieruit dat macht niet alleen het vermogen is om anderen (bij herhaling) te dwingen tot gedrag dat ingaat tegen de eigen waarden en normen; we leren dat macht óók het vermogen is om te beïnvloeden welke feiten relevant worden. Macht is het scheppen van omstandigheden waartoe anderen zich vervolgens moeten verhouden.
Om dit allemaal plat te slaan – en meteen de evidente overeenkomsten met een politicus als Mark Rutte zichtbaar te maken: Tony hoeft niet te zeggen: “jullie mogen niet meer over mij roddelen”, want hij schept een situatie waarin het roddelverhaal steeds minder praktisch relevant wordt. Vandaag denken ze dat Tony en Adriana een affaire hadden; morgen moeten ze Tony weer spreken; overmorgen hebben ze hem nodig; volgende week is er een andere crisis.
Hierom is het dus veel moeilijker om macht te verwerven dan om macht te behouden. Wie in staat is de (politiek-sociale) werkelijkheid mede vorm te geven, heeft een voordeel boven degene die probeert ieder gerucht afzonderlijk te weerleggen. Want die laatstgenoemde blijft letterlijk achter de feiten aanlopen.
Dit raakt aan discussies die we eerder voerden in andere contexten: dat het zinloos is om elke week weer verontwaardigde onthullingen te brengen over de Pfizer-deals van EU-chef Ursula von der Leyen, om wat te noemen. Je blijft achter de trein aanhollen in plaats van despoorrails aan te leggen voor een eigen trein. Het hele symbolische universum van het interpreteren en kaderen van feiten moet worden verschoven. Immers, sociale verontwaardiging over wat de macht doet, zal op zichzelf het scheppend vermogen van de macht nooit kunnen inhalen.
Macht is het vermogen om dingen te doen en politieke macht is het vermogen om te bepalen welke dingen er überhaupt moeten worden gedaan. In een ultieme zin is politieke macht het vermogen om te bepalen welke mythes maatschappelijk toonaangevend zijn. Een cultuur is een hiërarchie van waarden, en de mythes bepalen hoe die waarden worden gerangschikt. Wat betekenis heeft, wat als nastrevenswaardig wordt gezien. Wie bepaalt wat de leidende mythe is, bepaalt welk feit of welke persoonlijke kwaliteit überhaupt maatschappelijkrelevant kan worden. Dat is analoog aan de relevantie of irrelevantie van een roddelverhaal op een kleinere sociale schaal. Dit specifieke subplot uit The Sopranos maakt dit op verbluffende wijze zichtbaar.
In één zin samengevat: “Fuck what people think – het maakt niet uit wat mensen denken” is gemakkelijker gezegd vanuit een positie waarin je de gevolgen van hun denken kunt absorberen. Macht schept macht – machteloosheid schept machteloosheid.
Terugkomend op het ethische aspect: Adriana zegt de waarheid en wordt niet geloofd; Tony zegt de waarheid en wordt uiteindelijk wél geloofd – niet omdat hij moreel betrouwbaarder is, maar omdat hij machtiger en daarmee geloofwaardiger is binnen de sociale orde waarin de serie zich afspeelt. Filosofisch uitgedrukt beloont de maatschappelijke orde meestal nietdegene die de waarheid spreekt, maar wél degene wiens woord voldoende gewicht heeft om als waarheid te functioneren.
Ethisch raakt dit verhaal uit The Sopranos tegelijkertijd aan een klassiek filosofisch probleem dat de Griekse wijsgeer Plato bespreekt in De Ideale Staat. Is ‘het goede doen’ werkelijk iets dat je doet als doel in zichzelf, los van externe waardering en beloningen? Is het op zichzelf lonend of doet dat er niet toe?
Door niet met Adriana een seksuele verhouding aan te gaan (hoewel de mogelijkheid zich voordeed), behaalde Tony een morele overwinning op zichzelf. Een dag later constateerde hijverbouwereerd dat zijn moreel juiste daad sociaal irrelevant was, en dat de consequenties heel anders waren dan hij had voorzien.
Maar omdat hij machtig was, kon hij dat dilemma laten voor wat het was. Met zoveel woorden handelde hij vanuit de gedachte: “Ik ga mijn handelen niet laten sturen door een publiek dat toch voortdurend van mening verandert.” Tony kan dergelijke roddels negeren, terwijl die roddels het voor iemand die betrekkelijk machteloos is, het nóg moeilijker zouden maken om enige positie van invloed te verwerven. Steeds worden we naar dezelfde conclusie geleid: macht schept macht, machteloosheid versterkt machteloosheid.
Bovendien bewijst de slotscène in het restaurant: handelen staat boven uitleg geven. In mijn boek Wees Afgrondelijk (2022) staat dit als volgt verwoord: postuleren staat boven bewijzen.
Neem het voorbeeld van de antislavernijactivisten. Zij ontlenen hun macht aan het opwekken van verontwaardiging over een verleden met bekende symbolen. Zoals de koloniale avonturen van de Nederlandse ontdekkingsreizigers, en het Amerikaanse discours rond Jim Crow, Martin Luther King en de KKK. Die activisten scheppen niet zelf iets, zoals bijvoorbeeld een Romeinse beeldhouwer een beeld voortbracht met een universele zeggingskracht. Want als de sociale interpretatie van al die symbolen eenmaal is vervlogen – omdat de context te veel is veranderd – hebben die activisten letterlijk niets meer om op te staan. Terwijl het prachtige standbeeld nog steeds tot ons kan spreken.
Vanuit deze Romeinse context verder denkend: wat maakt het uit hoe mensen over je roddelen, als jij degene bent die bepaalt waar het aquaduct wordt gebouwd en de plek uitkiest waar het water de stad binnenstroomt? Het water zal die sociale interpretaties letterlijk wegspoelen omdat die mensen dagelijks verkeren en handelen binnen contexten die jij vormgeeft en bepaalt. Zoals welke standbeelden er wel of niet te zien zijn. Opnieuw blijkt datpolitieke macht het vermogen is om te bepalen welke feiten relevant kunnen worden.
Conclusie
Alles meegewogen laat het verhaal van Tony en Adriana zien dat waarheid en sociale realiteitniet altijd samenvallen. De waarheid van wat er in die auto gebeurde, staat los van het verhaal dat de omgeving ervan maakt; zodra dat verhaal sociale gevolgen krijgt, wordt het zélf een gegeven waarmee mensen rekening moeten houden.
Wie geen macht heeft, kan trachten de waarheid te bewijzen. Diegene blijft dan afhankelijk van de bereidheid van anderen om de waarheid te erkennen. Dit voelt betrekkelijk zinloos aan, omdat die externen vaak sociale en geldelijke belangen hebben om een bepaald verhaal wel of niet te erkennen. Zo is het vermakelijk om te roddelen over een maffiabaas, maar als het puntje bij het paaltje komt, doen de meeste mensen toch liever wat hij opdraagt.
Wie macht heeft, kan nieuwe situaties scheppen waarin de oude interpretaties hun betekenis verliezen. Dat maakt fuck what people think tot méér dan een stoïcijnse levenshouding: het is, vanuit een machtspositie, de constatering dat je niet ieder verhaal hoeft te bestrijden wanneer je in staat bent de werkelijkheid te vormen waarin anderen zich uiteindelijk opnieuw tot jou moeten verhouden. De waarheid op zichzelf betekent niet zoveel. In een sociaal-politieke werkelijkheid krijgt vooral datgene duurzaam betekenis wat ook de macht heeft om zich in de wereld te manifesteren.
Column Sid Lukkassen, ‘Postuleren staat boven bewijzen’, oktober 2026