Achtergronden & duiding

‘Barbertje moet hangen’

Brief aan Frederieke Leeflang van oud NOS-directeur

Geachte mevrouw Leeflang,

Laat ik mij eerst kort aan u voorstellen. 

Ik ben voormalig directeur NOS die jaren geleden materieel de functie vervulde die u nu doet. 

Tijdens mijn periode was sprake van uitdagende ontwikkelingen toen de Europese Commissie de omroepbijdrage als verboden staatssteun meende te moeten gaan aanmerken. Vanuit de toenmalige NOS-organisatie hebben wij een internationaal, Europees breed project opgetuigd, dat er met steun van vooral de regeringsleiders Helmut Kohl en Jean-Luc Dehaene in slaagde om dat onheil te keren. Het bestaan van de Europese publieke omroep stond op het spel. Het resultaat van het project was de zogenoemde Public Service Broadcasting clausule die aan het Europees Verdrag is gehecht en daar onderdeel van uitmaakt.

Ik mocht daarbij een coördinerende rol vervullen en het mag duidelijk zijn dat ik de publieke omroep van belang vind in onze democratische samenleving.

‘Het regende klachten

Ik nam kennis van uw reactie op de uitzending Ongehoord Nieuws d.d. 15 september jl..  Ik nam ook kennis van andere reacties in de mainstreammedia en op sociale media.  Er werd geschreven over veel klachten naar aanleiding van die uitzending. De formulering ’het regende klachten’ werd gebruikt.

U verklaarde dat artikel 2.88 lid 5 Mediawet in het geding zou zijn, omdat volgens u sprake zou zijn van het aanzetten tot geweld of haat jegens een groep of een lid van een groep. U verklaarde dat de grens is bereikt. Het Commissariaat voor de Media zou zich moeten uitspreken. De NPO ombudsman zou bij voorrang de klachten moeten behandelen.

Het Journaal besteedde gisteravond ruime aandacht aan deze kwestie en deed dat in veroordelende zin.

De lezer en de kijker werd zo getrakteerd op een kwestie die buitengewoon hoog werd opgespeeld. In zijn column in het AD meent Eus dat zelfs sprake is van een club die net de Ku Klux Klan is.

Begrippen gemanipuleerd

Het leek mij juist om dan eerst maar eens de uitzending te gaan volgen.

De uitzending duurde 39 minuten en 56 seconden en er werd een aantal onderwerpen behandeld.

Het onderwerp racisme werd aangesneden door te beginnen met de problemen binnen de partij BIJ1. De vraag stond centraal of iedereen racistisch kan zijn. Ook werd uitvoerig aandacht besteed aan wat racistisch nu in feite is. Ook werd aandacht besteed aan de vraag waarom racisme zo gemakkelijk wordt gekoppeld aan het zijn van een wit individu. Het, ook in Van Daele voorkomende woord, ‘neger’ werd enkele keren gebruikt. Zoals ook het woord ‘wit’ en ‘blank’ werden gebruikt.

De in Iran geboren schrijfster Shohreh Feshtali, kreeg ruim de gelegenheid haar mening over wat racisme is, toe te lichten.  Zij wees erop dat lichtvaardig het etiket ‘racisme’ wordt geplakt, zoals dat het geval is met het woord ‘discriminatie’.  Zij wees ook op het ten onrechte zich als slachtoffer positioneren terwijl er niet meer is dan dat sprake is van een gevoel over iets. Zij waarschuwde dat deze begrippen worden gemanipuleerd, dat er een coup op onze taal wordt gepleegd. Dat zegt dan een schrijfster met een immigratieachtergrond die weet wat racisme en discriminatie is, uit eigen ervaring.

Prof. Paul Cliteur kwam uitvoerig een het woord en wees op het risico dat voornoemde begrippen gemakkelijk op iemand worden geplakt waardoor de geloofwaardigheid in het geding is.

Context duidelijk aangegeven

De gehele uitzending ademde de geest dat racisme ondeugdelijk is en werd afgewezen, maar dat men niet naar dat verschijnsel moet kijken vanuit een vooringenomen invalshoek. Men duidde ook op racisme in zwarte kringen. Kort werd verwezen naar op sociale media voorkomende filmpjes waar zwarte mensen witte in elkaar slaan. De context van die filmpjes werd duidelijk aangegeven.

Ik ben niet uitputtend in mijn beschrijving van dat deel van die uitzending. Op grond van wat ik heb gezien en gehoord is m.i. niet de conclusie te trekken dat sprake was van een eenzijdige uitzending die aanzet tot geweld of haat. Het tegendeel is het geval.

Wel was duidelijk dat het vraagstuk racisme niet werd behandeld vanuit de invalshoek die wij in ‘woke-gelederen’ aantreffen. In dat verband mag ik u wel verwijzen naar de recente HJ Schoo-lezing van onze minister van Justitie.

Trial by media

Mevrouw Leeflang, ik kan mij niet aan de indruk onttrekken dat hier sprake is van een ‘trial by media’ die ongehoorde proporties heeft gekregen. Ik had mij kunnen voostellen dat u als voorzitter RvB NPO een neutrale positie had ingenomen en eerst de resultaten van nader onderzoek afwacht. Het tegendeel is echter het geval. U hebt uw oordeel reeds uitgesproken. Dat lijkt mij op zijn minst voorbarig. Uw ‘aanmoediging’ richting mevrouw Margo Smit, de ombudsman van de NPO, heeft trekken van klassenjustitie. Het gaat m.i. over de grens als u zich bemoeit met haar werkwijze.

Er wordt gesproken van een regen van klachten.  M.i. is echter niet het aantal klachten de maat, maar de inhoud van de klachten. In deze tijd van sociale media is zo’n regenbui aan klachten weinig zeggend over de kwaliteit ervan. Toch gebruikt u dat kwantitatieve fenomeen.

Barbertje moet hangen

Ik kan mij niet aan de indruk onttrekken dat een proces op gang wordt gebracht waarbij barbertje moet hangen. Ik vind dat buitengewoon ernstig. Onze minister van Justitie waarschuwde in haar HJ Schoo-lezing voor uitsluiting.  Zij wijst op ‘mensen die menen te kunnen bepalen welke informatie of mening juist is en wat niet juist is. Of wat kwetsend is en wat niet kwetsend is. Wie deugt en wie niet deugt. Die onder het mom van inclusie alleen maar bezig zijn met uitsluiten. Met het cancelen van alles wat hun niet aanstaat. Onderwerpen, standpunten en meningen worden onbespreekbaar verklaard.’ De verklaring van de VPRO is daarvan een voorbeeld.

Mevrouw Leeflang, als voorzitter van de RvB NPO bekleedt u een functie die zich m.i. verre behoort te houden van een actieve inmenging in een kwestie als deze, als niet alle ins en outs zijn uitgezocht.

Ik woon in Frankrijk, maar ben vanaf 23 september a.s. enkele weken in Nederland. Uiteraard ben ik bereid om e.e.a. nader toe te lichten in een gesprek met u. Ik maak mij grote zorgen om de NPO die zich zo voorbarig en eenzijdig positioneert.

Met vriendelijke groet,

Mr. Bauke Geersing,
voormalig directeur NOS, 1992 – 2000