logo backgrond svg backgrond mobile svg
dots background svg
De zuil, Cofnas, Gent – de slag om de instituties
  • Achtergronden & opinie

De zuil, Cofnas, Gent – de slag om de instituties

  • Achtergronden & opinie
  • 24 september 2026

In 2018 publiceerde ondergetekende Kerkgangers en Zuilenbouwers. De kern was niet een cultuuroorlog-kreet, maar een institutionele diagnose: links beschikt over een netwerk van ‘kwadranten’ – cultuur, media, onderwijs, NGO’s, adviesraden – waarin mensen tijdelijk kunnen landen als een verkiezing even tijdelijk tegenvalt. Het zijn institutionele rust- en tankplaatsen áchter het publiekelijk zichtbare deel van de macht. Linkse politici en activisten worden op dergelijke posities geparkeerd, en dit verklaart waarom de academicus Bouke de Vries nu een artikel schrijft met de titel: “Nergens heb ik zo’n beklemmend ideologisch klimaat meegemaakt als aan de UGent.”

Rechts beschikt niet over dergelijke kwadranten. Wie daar de macht verliest, valt vaak economisch in het niets. Dat verklaart de baantjesmanie op rechts, tot en met de recente discussie rond Mona Keijzer: wie eenmaal zichtbaarheid verliest, verliest direct ook zijn of haar inkomen, precies wat ook Fleur Agema nu ondervindt, ooit rechterhand van Geert Wilders (PVV), nu werkloos. Het Guardian-artikel van 30 augustus 2026 over Nathan Cofnas en Jason Arday maakt die institutionele diagnose op een baanbrekende wijze actueel, en wel op de plek waar ooit Kerkgangers en Zuilenbouwers in Vlaanderen werd gepresenteerd: Gent.

De thesis van Kerkgangers en Zuilenbouwers

In het genoemde boek analyseer ik de ‘linkse kerk’ niet als een samenzwering van individuen, maar als een zuil: een samenhang van instituties, carrières en morele taboes. Wie tot die sfeer behoort, kan na een verkiezingsnederlaag of een politieke blamage worden ‘geparkeerd’: een opdracht in de cultuursector, een functie in de milieubeweging, een column, een lectoraat, een denktank. Een voorbeeld bij uitstek hiervan is John Leerdam. Ooit torpedeerde hij zijn carrière als PvdA-Kamerlid met stupide uitspraken in een interview, nu krijgt hij een baantje als directeur slavernijmuseum.

Het netto gevolg van deze aanpak is dat men de betreffende ideologie blijft rondpompen, het inkomen overeind blijft en het netwerk intact blijft. Sander Loones (N-VA), in ongeveer diezelfde periode Minister van Defensie in België, zei het bij de boekvoorstelling in Gent al scherp: zuilen, rangen en standen zijn nog steeds van belang. Traditionele partijen, onderwijsnetten, zorgkoepels, ‘constructieve journalistiek’ en internationale instanties vormen samen een bovenbouw die niet samenvalt met de stembus.

De academicus Matthias Storme sprak op diezelfde avond. De locatie was toevallig Gent en zoals gezegd is dat is nu minder toevallig, daar komen we nog op terug in de controverse rond Cofnas, voor wie de Amerikaanse ambassadeur in België, Bill White, in de bres is gesprongen, om de academische vernietiging van Cofnas te voorkomen.

Waarom was die interventie nodig? Omdat rechts dit omschreven vangnet niet kan bieden. Er is geen vergelijkbare dichtheid van redacties, fondsen, universiteitsbanen, culturele instellingen of ‘neutrale’ adviesorganen. Wie rechts denkt en zijn politieke of academische post verliest, heeft doorgaans geen tweede huis. Vandaar de kramp: een politiek baantje vasthouden, of economisch doodgaan. De Nederlandse discussie over Mona Keijzer past in dat patroon en niet als losse anekdote, maar als symptoom van een ontbrekende tegenzuil.

Destijds, start 2019, waarschuwde Loones dat een nieuwe zuil geen kopie van de oude verzuiling hoeft te zijn, en al helemaal geen replica van de ‘linkse kerk’. Hij wilde eerder een organisatorisch beginsel: een plek waar afwijkende meningen niet meteen een arbeidsrechtelijk risico zijn. Een thuishaven voor denkers én doeners. Wout Willemsen, die het boek recenseerde voor De Dagelijkse Standaard, vatte het samen als een veilige ruimte voor ideeën die daarna wél de hitte van het debat moeten doorstaan. Paul Cliteur duidde het boek als cultuurkritiek mét institutionele inzet: identiteitspolitiek is niet alleen een opinie, ze nestelt zich in campussen en rechtscolleges. Wat begint als links-identitair jargon, wordt even later overgenomen door rechtsinstellingen.

Waarom de casus Cofnas/Arday hierbij hoort

De affaire rond Nathan Cofnas en de overleden Cambridge-hoogleraar Jason Arday wordt meestal verteld als een moreel drama: plagiaat, ras, zelfdoding, cancelen versus tegencancelen. Tegen deze achtergrond doet het Guardian-stuk van Chris Osuh (30 augustus 2026) iets dat in deze storm tot nu toe niet is gebeurd. Het laat de institutionele machinerie zien, in plaats van slechts labeltjes te plakken gebaseerd op morele verontwaardiging en paniek.

Kort de feiten, zoals het artikel ze weergeeft. Cofnas, postdoc filosofie aan de UGent, publiceerde in juli beschuldigingen van plagiaat en twijfels over biografische claims van Arday. Er waren sterke aanwijzingen dat hij een fabulant zou zijn, een fantast, maar boven alle kritiek was gesteld en soort ‘heilig aura’ had gekregen in het licht van positieve discriminatie oftewel ‘DEI’ – Diversity, Equity, Inclusion. Voor een wetenschapper is zo’n positie op termijn natuurlijk funest.

Toen dit balletje ging rollen nam Arday ontslag en werd op 14 augustus dood aangetroffen. De UGent schorste Cofnas preventief. Daarna volgde een ordemaatregel: drie maanden niet lesgeven, verplicht op afstand werken, onderzoek beperkt tot het thema waarvoor hij was aangesteld (“The Future of Liberalism”). Rector Petra De Sutter blijft formeel de tuchtlijn trekken. Cofnas bedankt haar dat hij mag blijven.

Intussen mengt de Amerikaanse ambassadeur in België, Bill White, zich in deze storm. Hij noemde de schorsing onaanvaardbaar en dreigde hij relaties met de UGent te herzien. Hij stelde even later op sociale media dat hij België had gered van een mediacrisis. Cofnas bedankte White en het State Department: het lag “voorbij mijn voorstellingsvermogen” dat een ambassadeur zich het lot van een postdoc zou aantrekken. Dat is geen voetnoot. Het is hét punt.

De ware betekenis van dit alles

Een universitaire tuchtzaak wordt een diplomatieke zaak en dit kun je dus alleen adequaat duiden als je de totale context van de cultuurstrijd, de ideologiefabrieken, de verzuiling en de kwadranten meeweegt. De mythe dat onderzoek zuiver meritocratisch zou zijn – de beste paper wint – houdt geen stand. Wie welke bescherming krijgt, hangt af van netwerken: vakgroep, rector, petitie, ambassade, media, donors. Eindelijk wordt de politieke werkelijkheid achter de meritocratische leugen blootgelegd – hierom is het artikel van The Guardian een werkelijke kentering, zelfs revolutionair te noemen.

Want evident – in de academische wereld hoort iets als ‘waarheidsvinding’ prioriteit te hebben, dus als een academicus stellingen poneert, moeten kritiek en discussie mogelijk zijn. Iemand wordt opgebouwd tot boven zijn station, dreigt te worden ontmaskerd, kiest de vlucht vooruit en beëindigt zijn leven voordat het onderzoek kan worden afgerond en de controverse kan overwaaien. Het slaat toch nergens op dat de academicus die de fabels aankaartte, vervolgens wordt kleingemaakt? Maar dat heeft natuurlijk alles te maken met de ideologische bloedgroepen: Cofnas werd gezien als een vreemde eend in de bijt, als te rechts voor de progressieve academische monocultuur. Zonder interventie van de Amerikaanse ambassadeur zou hij totaal zijn verdelgd. Want zo gaat het – ondergetekende kan hierover meepraten.

The Guardian tekent Cofnas’ positie vervolgens bewust institutioneel, niet alleen moreel. De Gentse filosofievakgroep stelde reeds in mei dat hij “very limited expertise” had voor het liberalisme-project en een “far-right agenda” zou dienen. Hij wordt geassocieerd met omstreden geschriften over groepsverschillen in intelligentie. Tegelijk citeert de krant Cofnas tégen Trump en MAGA: de Republikeinse Partij zou zijn “degenerated into a low-IQ cult of personality”; de rechterzijde zou te weinig “human capital” hebben om instituties terug te nemen; de meeste intelligente, stabiele Amerikanen zouden links en woke blijven.

De relevantie van de kwadranten

Deze institutionele feiten schetsen een achtergrond waarin Cofnas door een Trump-ambassadeur wordt beschermd én een Groene rector hem tuchtrechtelijk beperkt. De bovenbouw is geen neutrale scheidsrechter. Een bericht op Politico van 21 augustus 2026 maakt dezelfde structuur zichtbaar vanaf de andere kant: White dreigt met herziening van samenwerkingen; de UGent heeft Amerikaanse onderzoeksbeurzen; Cofnas noemt zichzelf een zondebok omdat zijn ideeën over ras “controversial and easily misunderstood” zijn. Cambridge ontsloeg hem eerder bij Emmanuel College; Cambridge beschermde Arday eerst en opende pas later een onderzoek. Twee maatstaven, twee vangnetten.

Dat dit alles zich afspeelt in Gent is meer dan ‘local colour’. In februari 2019 stonden Loones en Storme daar bij de presentatie van Kerkgangers en Zuilenbouwers. Loones’ tekst op Doorbraak droeg de titel: “We hebben nood aan een nieuwe zuil als tegenhanger van de linkse kerk”. Hij sprak over uitsluiting op de arbeidsmarkt, over de ‘lange mars door de instituties’, over media die framing en verslag door elkaar halen, over rechters als katalysator van een dominante, cultuurrelativistische consensus.

Acht jaar later zijn de analyses in het boek bewaarheid en nu is het de vraag of we de Cofnas-affaire blijven lezen als een Twittergevecht over morele monsters, of als wat Loones toen al aanbood: een analyse van wie de parkeerplaatsen beheert. Links –grofweg: de culturele en academische sector, de NGO-wereld, het hoofddeel van de media – kan een omstreden figuur isoleren of beschermen, afhankelijk van de morele framing. Rechts – grofweg: partijen (sommige van deze partijen hebben niet eens leden), nauwelijks een denktank, ambassades onder een bevriende regering – moet het hebben van politieke macht in een zeer nauwe zin. Vandaar White. Vandaar ook, in Nederland, de reflex om mensen als Keijzer in het politieke circuit te houden, want er is geen evenwaardige tweede verdieping.

Cofnas formuleert dat, vanuit zijn Amerikaanse blik, welhaast te bot: de rechterzijde zou de instituties niet kunnen heroveren omdat het menselijk kapitaal elders zit. Je hoeft zijn woordkeuzes niet over te nemen om het institutionele probleem te zien. Universiteiten, redacties en fondsen zijn géén vrije markt van argumenten. Ze zijn arbeidsmarkten met poortwachters.

Wat kan een ‘nieuwe zuil’ zijn?

Een tegenzuil die slechts een omgekeerde inquisitie is – andere taboes, dezelfde carrièrestraf – is niet wat ik persoonlijk voorsta. Het punt wat ik met het boek op de agenda wilde zetten, was: ruimte om een idee te overdenken zonder ontslag, zonder dat men in plaats van op de bal, op de man speelt. Het punt van 2026 mag niet worden: Cofnas heiligen omdat een ambassadeur hem dekt, of Arday reduceren tot bewijs in een cultuuroorlog. Hierom twee overwegingen:

[1] Geen heldenverhaal. Arday is dood. Cofnas is nog steeds ‘omstreden’. White heeft een politieke agenda. De UGent is een werkgever met tuchtrecht. Elk van hen vertegenwoordigt een stukje macht. Een gezonde samenleving zorgt ervoor dat die machten elkaar in balans houden, in plaats van te ontaarden in een postmoderne progressieve monocultuur, waartegen rechts alleen met inzet van brute macht, kortstondige winst kan behalen.

[2] Geen import van ‘race realism’ als programma. Je moet de academische waarde van Cofnas werk los kunnen zien van uitspraken die hij deed in andere contexten. Links komt ook met alles weg: denk maar terug aan Harry Petit. Of de docent aan de universiteit Utrecht die vond dat Baudet moest worden doodgeschoten. Beiden werden institutioneel beschermd.

Leggen we de casus Cofnas naast Kerkgangers en Zuilenbouwers, dan blijkt duidelijk dat wie alleen de stembus wint en de instituten verliest, moet blijven improviseren met ambassades, partijbanen en Substack. Wie de instituten wint en de stembus verliest, kan wachten tot de storm gaat liggen. Dat is de ongelijke geometrie van de bovenbouw.

Tot besluit

Kerkgangers en Zuilenbouwers was een Vlaams-Nederlandse poging om te zeggen: vrijheid van meningsuiting is leeg als zichtbaarheid, inkomen en aanstelling ongelijk verdeeld zijn. Het Guardian-stuk over Cofnas is belangrijk omdat het die ongelijkheid niet langer alleen als ‘woke’ of ‘racisme’ benoemt, maar het bestuurlijke machtsnetwerk benoemt: rector, vakgroep, tuchtmaatregel, ambassadeur, onderzoeksbeurs, partijlidmaatschap.

Gent 2019 vroeg om een tegenwicht voor de linkse kerk. Gent 2026 laat zien wat er gebeurt als dat tegenwicht ontbreekt en de enige resterende hefboom buitenlandse politieke macht is. Dat is geen triomf voor rechts, het bewijst de geldigheid van de analyses van destijds. Nu is de vervolgstap niet, wie is de zondebok, maar: wie bouwt instellingen waarin onderzoek, kritiek en broodwinning niet samenvallen met één moreel kamp. Zolang dat antwoord uitblijft, blijft links parkeren in kwadranten en blijft rechts hangen aan baantjes.

 

Column Sid Lukkassen, September 2026, ‘De zuil, Cofnas, Gent – de slag om de instituties’

Filter